Succes Omgevingswet nog niet zeker

3 december 2015 – De stelselherziening van het omgevingsrecht is een van de grootste wetgevingsoperaties van de afgelopen honderd jaar in Nederland. Doel is de besluitvorming over ruimtelijke projecten eenvoudiger maken. Of dat doel wordt bereikt is nog onzeker concludeert de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur in zijn advies ‘Vernieuwing omgevingsrecht: maak de ambities waar’ dat vandaag werd aangeboden aan minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu. De raad pleit er voor om in de uitwerking van de Omgevingswet gemeenten meer ruimte voor een brede afweging van ruimtelijke plannen te geven. De raad vraagt daarbij extra aandacht voor de positie van de burger.

De Omgevingswet, die op 1 juli 2015 door de Tweede Kamer is aanvaard, bundelt tientallen wetten en circa 120 nadere regels voor onder meer bouwen, milieu, waterbeheer, ruimtelijke ordening, monumentenzorg en natuur. De besluitvorming over de fysieke leefomgeving moet daarmee eenvoudiger en beter worden. Of dit lukt hangt volgens de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur sterk af van de uitwerking van deze wet in nadere regels.

Meer zeggenschap voor gemeenten
De raad vindt het belangrijk dat gemeenten meer ruimte krijgen om hun eigen brede afweging te maken als zij besluiten over ruimtelijke projecten. Het Rijk moet deze ruimte bieden. Starre regels en normen die een brede afweging in de weg staan moeten worden opgeruimd. De raad beveelt aan om zoveel mogelijk te werken met uniforme begrippen en procedures om afweging van en tussen normen te vergemakkelijken. Een belangrijke vraag die daarbij speelt is hoe gemeenten mogen besluiten over projecten die per saldo de omgevingskwaliteit verbeteren, maar die één of meer (milieu)normen overschrijden. De raad pleit voor de invoering van een balansbepaling om dergelijke projecten toch mogelijk te maken. Maar dat houdt ook in dat de onderzoekplicht en verantwoordingslast toenemen naarmate meer wordt afgeweken van in regels vastgelegde normen.

Meer dynamiek in het omgevingsplan
Het bestemmingsplan verdwijnt, daarvoor in de plaats komt het omgevingsplan. Dit nieuwe plan bevat meer voorschriften en regels dan het bestemmingsplan. Het bevat bijvoorbeeld ook de regels voor het kappen van bomen, het behoud van monumenten, de aanleg van uitritten of de kwaliteit van het grondwater. De raad wil dat gemeenten gemakkelijker een eigen brede afweging kunnen maken. Daarom wil de raad dat het omgevingsplan veel minder star wordt dan het bestemmingsplan nu is. Meer afwegingsruimte is nodig om met veranderingen in de samenleving en nieuwe wensen van burgers te kunnen omgaan. De raad stelt daarom voor om te werken met planafspraken, waarmee het gemeentebestuur niet alleen de bestemming vastlegt, maar ook afspraken kan maken over de realisatie van publieke voorzieningen of een betere omgevingskwaliteit. De Omgevingswet maakt een trendbreuk in het beleid mogelijk, maar deze is nog niet verzekerd. De raad verwacht dat de overname van zijn voorstellen helpt om de gewenste trendbreuk ook daadwerkelijk te forceren.

Aandacht voor de positie van de burger
Om besluiten sneller en soepeler te kunnen nemen moeten gemeenten meer vrijheid krijgen om hun eigen brede afweging te maken. De raad vraagt hierbij aandacht voor de positie van de burger en voor zwakke belangen in de samenleving. De gemeenteraad heeft hier een belangrijke taak. De raad pleit ervoor om in de wet alsnog garanties op te nemen over burgerparticipatie bij het begin van een project. Vroege participatie kan worden beloond met een snellere rechtsgang.

Een inspirerende en selectieve nationale omgevingsvisie
De minister heeft de raad ook advies gevraagd over de nationale omgevingsvisie. De raad pleit er voor om die visie te richten op vier grote opgaven: energietransitie, klimaatadaptatie, verbeteren ruimtelijk-economische structuur en de transformatie van het landelijke gebied. Het Rijk kan deze opgaven niet alleen aanpakken. Daarom is het belangrijk dat andere partijen (burgers, medeoverheden, marktpartijen, maatschappelijke organisaties) worden geïnspireerd om daaraan mee te werken. Dit stelt eisen aan de manier waarop de nationale omgevingsvisie tot stand komt. De raad doet daar een aantal aanbevelingen voor. Omdat de belangrijke maatschappelijke opgaven de grenzen van de huidige departementen overschrijden is goede interdepartementale afstemming nodig.

Namens minister Schultz van Infrastructuur en Milieu heeft directeur-generaal Milieu en Internationaal, Chris Kuijpers, het advies in ontvangst genomen. Het persbericht en het advies ‘Stelselherziening omgevingsrecht: maak de ambities waar’ zijn vanaf 3 december 2015 13.00 uur beschikbaar via www.rli.nl. Voor meer informatie over het advies en voor het aanvragen van interviews kunt u contact opnemen met Tim Zwanikken tim.zwanikken@rli.nl tel. 06 52874404 of Miep Eisner, communicatieadviseur, miep.eisner@rli, 06 15369339 / 070 4562070.

Over de Rli
De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) is een onafhankelijke adviesraad voor regering en parlement. De raad adviseert gevraagd en ongevraagd over hoofdlijnen van beleid op het gebied van duurzame ontwikkeling van de leefomgeving en infrastructuur. De raad behandelt met name strategische maatschappelijke vraagstukken van ruimtelijke inrichting en economie, wonen, milieu, voedsel en grondstoffen, natuur, landbouw, mobiliteit en veiligheid.

Raad voor de leefomgeving en infrastructuur

plaats:
Den Haag
website:
http://www.rli.nl

Verstuur nu éénmalig een persbericht

Verstuur persberichten en beeldmateriaal naar redacties in binnen- en buitenland. Via het ANP-net, het internationale medianetwerk van PR Newswire of met een perslijst op maat.

Direct persbericht versturen
070 - 41 41 234