'Civiele politie op vredesmissie

'Civiele politie op vredesmissie: ervaringen van Nederlandse politiefunctionarissen'
nieuwe uitgave in de reeks Politiekunde van het Programma Politie en Wetenschap.

Missiegangers positief over bijdrage aan (her)opbouw civiele politie maar pleiten voor meer opvang na missie

Nederlandse politiemensen leveren, onder soms moeilijke omstandigheden, een bijdrage aan de opbouw, de hervorming en de (bij)scholing van lokale politie in gebieden waar een (burger)oorlog heeft gewoed. Onderzoek naar hun ervaringen leert dat hun uitzending op drie punten beter kan worden geregeld en voorbereid. De voorbereiding kan worden verbeterd door een training die minder geënt is op militaire taken en meer op de overdracht van politiekennis. Vaak kan verlenging van de missie de opbrengst vergroten. Nu wordt relatief veel tijd besteed aan de voorbereiding, aan het opbouwen van een vertrouwensband met lokale counterpart(s) en aan het ontdekken van de verhoudingen binnen de lokale politie. Tenslotte kan de Nederlandse politie meer profijt trekken van de opgedane kennis en ervaringen van teruggekeerde missiegangers.
Dit zijn enkele belangrijke uitkomsten van een verkennende studie naar ervaringen van Nederlandse politie-agenten die in het kader van vredesmissies zijn uitgezonden naar verschillende landen, welke in opdracht van Politie en Wetenschap is uitgevoerd door Henk Sollie van het IPIT (Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken) van de Universiteit Twente.

Sinds enkele jaren leveren jaarlijks zo'n 40 Nederlandse civiele politiemensen onder soms moeilijke omstandigheden een hoogwaardige bijdrage aan de opbouw, de hervorming en de (bij)scholing van lokale politie in gebieden waar een (burger)oorlog heeft gewoed. Deze studie geeft voor het eerst gedetailleerd inzicht in de ervaringen van de Nederlandse civiele politie bij de uitvoering van vredesmissies, in het bijzonder die in Servië en Montenegro, Bosnië-Herzegovina, Soedan, Kosovo en Afghanistan. Aan de hand van interviews met missiegangers en andere betrokkenen wordt duidelijk wat een missie van hen vergt, hoe goed ze zijn voorbereid en hoe hun terugkeer in het eigen korps verloopt.

De studie laat zien dat de werkzaamheden van de 'missiegangers' plaatsvinden in een internationale en doorgaans politiek gevoelige context. Die maken de missies complex en vragen veel flexibiliteit van de politiemensen zowel qua werkzaamheden als qua levensomstandigheden.
De Nederlandse trainers en opleiders lopen in de vreemde, soms instabiele omgeving tegen meer en grotere problemen aan dan in Nederland. Levensgrote culturele verschillen kunnen het aanleren van behoorlijke, rechtstatelijke politiezorg en de overdracht van ervaring soms belemmeren, terwijl het (tijdelijke) verband waarin zij uitgezonden worden, hen extra beperkingen oplegt.
Het werk vraagt dan ook om relativeringsvermogen, zelfredzaamheid en in hoge mate om integriteit en sociale en coachingsvaardigheden. Tot slot dient de thuissituatie stabiel te zijn en dient men doordrongen te zijn van de impact van een uitzending.

De uitgebreide selectieprocedure is een van de redenen dat Nederland in vergelijking tot andere bijdragende landen kwalitatief hoogwaardige en breed inzetbare politiemensen stuurt. Bovendien doorloopt men een uitgebreid en missiespecifiek opleidingstraject, al is de opleiding vooral op militairen gericht en weinig op politiemensen.

De terugkeer van missiegangers is een stuk minder goed geregeld dan de voorbereiding. Er ontbreekt landelijk re-integratiebeleid en er is geringe en deels zelfs negatieve belangstelling voor vredesmissies (men ziet het soms als een vakantie). De opgedane kennis wordt daarbij ook te weinig erkend en gebruikt. Het rapport sluit af met een aantal concrete aanbevelingen om daarin verbetering te brengen.

Vredeshandhaving is een belangrijke taak van de Nederlandse krijgsmacht, en sinds enige jaren wordt ook civiele politie uitgezonden naar zogeheten post-conflict situations. In het bijzonder om daar de lokale politie op te leiden, te trainen en te superviseren. De regering heeft aangegeven dat er ook in de toekomst vaker een beroep op de civiele politie zal worden gedaan. Dit rapport geeft inzicht in wat het voor de betrokken politiemensen betekent en geeft aanbevelingen hoe hun voorbereiding, inzet en terugkeer beter kunnen worden geregeld.

Noot voor de redactie

Het onderzoeksrapport is uitgegeven in de reeks Politiekunde van het Onderzoeksprogramma Politie & Wetenschap, een zelfstandig onderdeel van de Politieacademie. Het onderzoeksprogramma Politie & Wetenschap is in mei 1999 ingesteld door de minister van BZK om het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van politie en veiligheid te stimuleren en tevens een impuls te geven aan een betere benutting van onderzoeksresultaten in politiepraktijk en opleiding. Daartoe is een meerjarig onderzoeksprogramma ontwikkeld

NADERE INFORMATIE:
Van de zijde van de onderzoekers:
IPIT: Henk Sollie:
tel. 06-16444977

Van de zijde van Politie en Wetenschap:
Directeur van het Programma Politie & Wetenschap:
Frits Vlek. Tel. (055)5397215 of (06)22778644

Henk Sollie (IPIT, Universiteit Twente): Civiele politie op vredesmissies. Politiekunde 31 (Politie en Wetenschap, Apeldoorn/Reed Business Amsterdam), 2010.

Persexemplaren van het rapport zijn te verkrijgen bij de uitgever: Reed Business of bij het programmabureau P&W.

Het Programma Politie en Wetenschap

Verstuur nu éénmalig een persbericht

Verstuur persberichten en beeldmateriaal naar redacties in binnen- en buitenland. Via het ANP-net, het internationale medianetwerk van PR Newswire of met een perslijst op maat.

Direct persbericht versturen
070 - 41 41 234