Meer duidelijkheid, geen nieuwe conclusies rondom val Srebrenica

Uit de in opdracht van het kabinet uitgevoerde, verkennende bronnenstudie van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies blijkt dat sinds 2002 weliswaar nieuw materiaal over de gebeurtenissen rondom de val van de enclave Srebrenica in juli 1995 beschikbaar is gekomen, maar dat dit geen feiten bevat die leiden tot nieuwe of andere conclusies over het verlenen van luchtsteun en het bestaan van voorkennis.

Het verkennend onderzoek richtte zich op de twee volgende onderwerpen:

- internationale politieke besluitvorming over het verlenen van luchtsteun (air strikes dan wel close air support) aan UNPROFOR, waaronder Dutchbat, voorafgaand en tijdens de val van de enclave Srebrenica, en in het bijzonder mogelijke afspraken hierover van eind mei 1995 tussen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

- voorkennis bij westerse inlichtingendiensten over de Bosnisch-Servische aanval op de safe area Srebrenica, en over het exacte doel van deze aanval.

Luchtsteun
Uit de onderzochte bronnen blijkt dat er geen bewijzen of aanwijzingen zijn voor het bestaan van voor Nederland geheime internationale politieke besluitvorming over het al dan niet verlenen van luchtsteun aan UNPROFOR. Wel was er na de gijzelingsacties in mei 1995 sprake van een grotere terughoudendheid bij de inzet van het luchtwapen, maar de mogelijkheid daartoe bleef bij uiterste noodzaak openstaan.

Voorkennis
Voor de beantwoording van de vraag naar het bestaan van voorkennis zijn zowel het nieuw beschikbaar gekomen bronnenmateriaal als de claims en beweringen die de afgelopen jaren zijn gedaan, geanalyseerd. In het bronnenmateriaal zijn geen vormen van kennis of inlichtingen aangetroffen waaruit geconcludeerd kan worden dat de betrokken inlichtingendiensten in binnen- en buitenland op de hoogte waren van concrete plannen om de enclave Srebrenica aan te vallen en in te nemen. Dit neemt niet weg, zo stelt het verkennend onderzoek, dat er wel inlichtingen waren over de intenties van de Bosnische Serven die wezen op een mogelijke aanval; daar staat evenwel tegenover dat er ook berichten waren die juist het tegendeel beweerden.

Verder onderzoek?
Vanuit historisch-wetenschappelijk gezichtspunt is verder onderzoek naar de gang van zaken voor, tijdens en na de val van de enclave Srebrenica onverminderd van belang. Tegelijk wordt vastgesteld dat voorzetting of uitbreiding van dit onderzoek in deze vorm weinig of geen toegevoegde waarde heeft, zolang er geen garantie is voor een onbelemmerde toegang tot alle geclassificeerde informatie bij de belangrijkste partijen in het conflict.

Over de bronverkenning:
Het verkennend onderzoek is uitgevoerd door het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. De eindverantwoordelijkheid berust bij dr. Wichert ten Have en dr. Koos van der Bruggen.

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie NIOD

plaats:
Amsterdam

Verstuur nu éénmalig een persbericht

Verstuur persberichten en beeldmateriaal naar redacties in binnen- en buitenland. Via het ANP-net, het internationale medianetwerk van PR Newswire of met een perslijst op maat.

Direct persbericht versturen