Leermotivatie van docenten voortgezet onderwijs niet optimaal

Uit onderzoek blijkt dat een aanzienlijk percentage docenten in het voortgezet onderwijs ongunstig gemotiveerd is voor professioneel leren. Ook neemt de leermotivatie af gedurende de twee jaar dat docenten werden gevolgd. Factoren in de werkomgeving, zoals ondersteuning van schoolleiders en organisatie van taken, verklaren de leermotivatie van docenten.

Docenten zijn gunstiger gemotiveerd wanneer hun leidinggevende geïnteresseerd is in hun leerwensen en hen uitdaagt om zichzelf te ontwikkelen. Datzelfde geldt wanneer een leidinggevende persoonlijke ondersteuning biedt bij die ontwikkeling. Naast leiderschap speelt de manier waarop het werk van docenten georganiseerd is een belangrijke rol. Zo heeft vrijheid in het moment waarop taken kunnen worden opgepakt een positieve invloed op de leermotivatie. Een concreet voorbeeld van deze vrijheid is de mogelijkheid om vervanging te regelen voor lessen die uitvallen als gevolg van studie.

Motivatie belangrijke schakel
Joost Jansen in de Wal, onderzoeker bij de faculteit Psychologie en onderwijswetenschappen van de Open Universiteit, startte in 2012 met zijn promotieonderzoek naar leermotivatie onder docenten op 735 verschillende middelbare scholen in Nederland. Uit het onderzoek kwam naar voren dat ongeveer 48% van de docenten middelmatig scoort op meerdere typen leermotivatie, 13 % van de docenten zegt voornamelijk te leren omdat anderen hen hiertoe verplichten. Vooral dit laatste is ongunstig voor de continuïteit in het leren van docenten. Deze twee groepen geven ook aan dat zij om verschillende redenen juist afzien van leeractiviteiten.

Joost Jansen in de Wal: 'Het is van groot belang dat docenten investeren in hun eigen ontwikkeling. Dit in verband met veranderingen in de maatschappij én in het onderwijs. Motivatie is een belangrijke schakel die dit leren van docenten beïnvloedt en verklaart. Deze resultaten laten zien dat er meer bewustzijn tot stand moet komen over de rol die motivatie speelt in het professioneel leren van docenten. Ook overheden dienen zich ervan bewust te zijn dat regelgeving omtrent het stimuleren van studie in het onderwijs, door docenten kan worden ervaren als externe druk. Daarom zouden overheden docenten ook formeel de ruimte moeten bieden waarmee zij aan deze verplichtingen kunnen voldoen.'

Organisatie van het leren
Beleid alleen creëert geen gunstige motivatie voor professioneel leren. Uit het onderzoek blijkt dat schoolleiders de motivatie van docenten om te gaan studeren kunnen vergroten. Zij zouden zich daar meer van bewust moeten zijn. Wanneer veel docenten binnen een school aangeven niet te willen of niet te kunnen leren, is dit een signaal aan schoolleiders dat er iets moeten veranderen aan de manier waarop het leren van docenten op hun scholen wordt georganiseerd en ondersteund. Schoolleiders zouden hiertoe met docenten in gesprek moeten gaan. Daarnaast zouden schoolleiders docenten moeten uitdagen tot leren, bijvoorbeeld door variatie in werk aan te bieden en betrokkenheid te tonen bij de studie van hun docenten en te bekijken waar dit leren ondersteund kan worden binnen de mogelijkheden van de school.

Tot slot zouden docenten zelf meer zelfbewust moeten worden gemaakt van studiemotivatie en de mogelijke oorzaken en gevolgen hiervan. Dit kan hen woorden geven om (on)tevredenheid over de manier waarop leren wordt georganiseerd en ondersteund te bespreken. Echter, op docentenopleidingen wordt weinig aandacht besteed aan de post initiële professionele ontwikkeling van docenten en de omstandigheden waarin dit zou moeten plaatsvinden. Daarom wordt op basis van het onderzoek ook aangeraden dat lerarenopleidingen docenten voorbereiden op de realiteit waarin zij zich moeten professionaliseren en daarbij nadrukkelijk aandacht besteden aan de rol die persoonlijke motivatie daarin speelt.

Meer informatie
Op vrijdag 18 november 2016 om 13.30 uur verdedigt Joost Jansen in de Wal van de faculteit Psychologie en onderwijswetenschappen zijn proefschrift met als titel 'Secondary school teachers' motivation for professional learning' in het Pretoria gebouw van de Open Universiteit. De promotores zijn prof. dr. R.L. Martens (OU) en prof. dr. P.J. den Brok (TU/e). De co-promotor is dr. A.A.J. van den Beemt (TU/e). Het proefschrift is op te vragen via onderstaand telefoonnummer.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Lisette Meijrink, communicatieadviseur Open Universiteit, telefoon 045-5762313 of 045-5762999, e-mail Lisette.meijrink@ou.nl.

Open Universiteit

plaats:
HEERLEN

Andere persberichten van deze organisatie

Verstuur nu éénmalig een persbericht

Verstuur persberichten en beeldmateriaal naar redacties in binnen- en buitenland. Via het ANP-net, het internationale medianetwerk van PR Newswire of met een perslijst op maat.

Direct persbericht versturen