ABU doet voorstellen voor aanpak internationale schijnconstructies
ABU doet voorstellen voor aanpak internationale schijnconstructies
woensdag 16-01-2013 11:35
Dit is een origineel bericht van ABU
De Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) is voorstander van het beƫindigen van internationale schijnconstructies op de arbeidsmarkt. De brancheorganisatie roept de minister op maatregelen te nemen en doet daarvoor en aantal concrete voorstellen.

In november al, in aanloop naar het aanvankelijk geplande Algemeen Overleg (dat nu aanstaande donderdag plaatsvindt), stuurde de ABU haar voorstellen naar de minister en de Tweede Kamer. Het Europees vrij verkeer van diensten leidt ertoe dat steeds meer buitenlandse uitzendondernemingen actief zijn op de Nederlandse uitzendmarkt. De ABU vindt dat op zichzelf geen bezwaar mits deze concurrentie op een gelijk speelveld gebeurt. En dat is in toenemende mate niet het geval. Er komen steeds meer complexe verloningsroutes en detacheringsconstructies die soms door verschillende Europese lidstaten heen lopen. Hierdoor zijn werknemers onvoldoende verzekerd voor pensioen, ziekte en werkloosheid en lopen Europese lidstaten belastinginkomsten mis. Bovendien zijn de buitenlandse uitzenders maar in beperkte mate gehouden aan de in Nederland geldende collectieve arbeidsvoorwaarden. Hierdoor worden Nederlandse uitzendondernemingen geconfronteerd met oneigenlijke concurrentie uit andere Europese lidstaten.

De ABU roept minister Asscher op paal en perk te stellen aan deze internationale schijnconstructies en doet daarvoor de volgende voorstellen:


1.Uitbreiding van de Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid (WAGA) zodat uitzendondernemingen uit het buitenland meer Nederlandse arbeidsvoorwaarden moeten toepassen. De WAGA kent nu slechts een zevental minimumvoorwaarden maar door meer voorwaarden uit de CAO in de WAGA op te nemen - zoals loondoorbetaling bij ziekte en de huisvestingsnorm - ontstaat er meer gelijkheid op de markt en wordt oneerlijke concurrentie onmogelijk. Bovendien zouden meer sectoren, waar internationale arbeidsmigratie relevant is, in hun cao's een WAGA-paragraaf moeten opnemen om duidelijkheid te verschaffen aan buitenlandse dienstverleners.
2.Een strengere handhaving op de afgifte van het zogeheten A1-formulier. Om als buitenlandse uitzender in Nederland actief te zijn, is er voor alle uitgezonden werknemers een A1-formulier nodig. Op basis van dit formulier kan UWV zien dat er sociale premies in het vestigingsland worden afgedragen. Aan de afgifte van het A1-formulier zijn voorwaarden verbonden. Er wordt in Europa te weinig gedaan aan de controle op deze voorwaarden. De ABU bepleit bij de minister daarom meer controle op de afgifte van deze A1-formulieren.
3.Meer samenwerking en informatie-uitwisseling tussen publieke en private handhavers ook over de grens. Als buitenlandse uitzendondernemingen actief zijn in Nederland zouden zij ook onderzocht moeten kunnen worden door de private CAO-politie, de SNCU. Als dit niet kan, wordt het te makkelijk om zich aan het Nederlandse regime te onttrekken door een vestiging in het buitenland te openen. De private handhaving moet ook informatie kunnen uitwisselen met buitenlandse handhavers om het net ook in Europees verband sluitend te krijgen. Eerder liet minister Asscher weten een grotere rol voor de overheid te zien bij CAO-handhaving. De ABU is van mening dat juist op het internationale speelveld, waar de complexiteit van de arbeidsconstructies steeds groter wordt, die rol van de overheid gewenst is.
4.De zogeheten 'Westlandroute' kenmerkt zich door een relatief hoge onkostenvergoedingen en een laag loon waarmee de buitenlandse intermediair ogenschijnlijk het niveau van het Nederlandse wettelijk minimum loon betaalt. De onkostenvergoeding mag, volgens de regels echter maar voor 25% meetellen in de berekening van het minimum loon . In de praktijk wordt anders gehandeld en wordt er dus onder het wettelijk minimum loon betaald. De ABU roept op tot intensieve en gerichte controle op betaling van het wettelijk minimum loon in geval van internationale dergelijke internationale constructies.

Tot slot roept de ABU de minister op met het oog op het vrij verkeer van Roemeense en Bulgaarse werknemers dat per 1 januari 2014 van kracht wordt, lering te trekken uit de ervaringen tot nu met het vrij verkeer van werknemers uit Europese lidstaten en tijdig met zijn Bulgaarse en Roemeense collega's tot afspraken te komen.
Links:
Organisatie info:
												ABU
											 
												
											 
	                                			De ABU vertegenwoordigt de belangen van ruim 470 uitzendondernemingen met in totaal meer dan 2.300 vestigingen in Nederland. Elk jaar worden zo'n 730.000 uitzendkrachten geplaatst en 1,4 miljoen vacatures ingevuld.

Voor meer informatie over dit persbericht kunt u contact opnemen met: Hans van den Berg, woordvoerder en manager PR ABU, 020 - 655 82 04/ 06 - 53 59 65 64, vandenberg@abu.nl.