‘Doorzetters’ in plaats van ‘stoppers’ in de melkveehouderijsector
‘Doorzetters’ in plaats van ‘stoppers’ in de melkveehouderijsector
dinsdag 20-11-2012 15:43
Dit is een origineel bericht van NVM
'Doorzetters' in plaats van 'stoppers' in de melkveehouderijsector
Door de achterblijvende vraag naar melkveebedrijven, kiezen melkveehouders - die overwegen te stoppen - er steeds meer voor kleinschalig door te gaan dan de boerderij met opstallen te koop te zetten. Veelal verkopen of verpachten zij een deel van de grond en zetten hun bedrijf vervolgens in afgeslankte vorm door of geven het een alternatieve functie.

In Nederland bevonden zich in 2011 ruim 19.000 melkveehouderijen. In Overijssel en Gelderland zijn de meeste melkveehouderijen gevestigd, Friesland en Noord Brabant volgen op gepaste afstand. Dit staat geschreven in de CBS Landbouwtelling 2012. Agrarische makelaars die aangesloten zijn bij de Nederlandse Vereniging van Makelaars geven aan dat de markt in de melkveehouderijsector zeker nog in beweging is. De verkoopbaarheid van aantrekkelijke bedrijven met goede opstallen is redelijk, maar de vraag in de sector neemt volgens hen beduidend af. Met name complete melkveehouderijbedrijven worden minder snel verkocht. De afname in de vraag is voor een deel het gevolg van het feit dat er minder gedwongen verplaatsingen zijn. Nu er nauwelijks sprake meer is van gedwongen verhuizen bij bouwprojecten of natuurontwikkeling, is de vraag bijna geheel afhankelijk van de vrijwillige verplaatsers en deze blijft, volgens makelaars, helaas steeds meer achter.

Aanbod
Begin juli van dit jaar hadden agrarische makelaars die aangesloten zijn bij de Nederlandse Vereniging van Makelaars 95 melkveehouderijen in aanbod staan. Het totale beschikbare aanbod van melkveehouderijen (zoals verzameld via de verschillende websites met agrarisch aanbod), dus ook van niet-NVM makelaars, bestond toen uit circa 170 bedrijven. De meeste melkveehouderijen uit het aanbod bevinden zich in de noordelijke provincies (m.n. in Drenthe, Friesland en Groningen) en in de oostelijke provincies (m.n. Gelderland en Overijssel). In Limburg en Zeeland is het aanbod het kleinst. Drenthe en Groningen voeren de lijst aan als het gaat om het aandeel van het aanbod binnen de totale voorraad melkveehouderijen.

Figuur 1: index van het aanbod melkveehouderijen

Het aantal melkveehouderijen dat elk jaar nieuw in aanbod komt, was in 2008 en 2009 toenemende. In 2010 en 2011 was er echter weer een neergaande trend te zien in het aantal aanmeldingen (zie figuur 2). Afgaande op het aantal aanmeldingen van het eerste halfjaar 2012, lijkt dit aantal zich dit jaar te stabiliseren.

Figuur 2: aantal aangemelde melkveehouderijen per jaar

De melkveehouderijen die op dit moment aangeboden worden, zijn met name afkomstig van stoppende boeren. Het betreft boeren op leeftijd, die geen opvolger hebben. Ook maken makelaars mee dat melkveehouders stoppen, omdat zij niet in staat zijn de trend van schaalvergroting bij te houden. NVM- makelaars geven aan dat melkveehouderijen met minder dan 80 koeien en minder dan 40 hectare moeilijk hun hoofd boven water kunnen houden. Onderstaande figuur laat zien dat het aantal kleine bedrijven met melk- en/of kalfkoeien (gemeten naar aantal koeien) sterk afneemt, terwijl het aantal grote bedrijven juist sterk toeneemt. Het Landbouw Economisch Instituut geeft in haar Landbouw-Economisch Bericht 2012 aan dat tussen 1980 en 2010 het gemiddelde aantal melkkoeien per bedrijf is gestegen van 35 naar bijna 80.

De afgelopen jaren zijn de melkveehouderijen van grotere omvang (gemeten naar aantal koeien) sterker gegroeid dan de kleinere melkveehouderijen, zoals figuur 3 laat zien. In totaal is het aantal melkveehouderijen tussen 2006 en 2011 gedaald met 13%.

Figuur 3: ontwikkeling aantal melkveehouderijen naar grootte 2006-2011 (Bron: CBS Landbouwtelling)

Overigens benadrukken NVM-makelaars dat niet alleen de grootte, maar ook de kwaliteit van het melkveehouderijbedrijf een grote rol speelt bij de overlevingskansen van een melkveehouderij.

Stoppers
Volgens voorspelling van LEI zal het aantal melkveehouderijbedrijven de komende jaren afnemen van ruim 19.000 in 2011 naar 10.000 in 2020. Uit het LEI-rapport 'Bedrijfsbeëindiging in de landbouw' uit 2008 blijkt dat er twee hoofdroutes te onderscheiden zijn bij stoppende bedrijven. Ten eerste is er een groep melkveehouders die ineens stoppen. Ten tweede zijn er melkveehouders die de grond en opstallen in delen verkoopt, verspreid over een langere periode. Eerst genoemde route wordt vaak genomen door de grotere melkveehouderijbedrijven en de laatstgenoemde wordt vaak door bedrijven van geringe omvang gekozen.

Uit een inventarisatie van de NVM onder haar leden die zijn gespecialiseerd in de verkoop van melkveehouderijen blijkt nu dat er daarnaast ook steeds meer stoppende melkveehouders zijn die besluiten om niet meer actief te melken, maar de opstallen aanhouden om te gebruiken voor andere doeleinden. Ze overwegen te stoppen, maar kiezen er voor om kleinschalig verder te gaan. Dit komt voort uit het feit dat de boeren inzien dat door uitblijvende marktvraag de kans reëel is dat de verkoop van het bedrijf in zijn geheel lang op zich kan laten wachten. Dit jaar werd een melkveehouderij gemiddeld binnen een jaar verkocht.

Figuur 4: gemiddelde verkooptijd van melkveehouderijen in dagen

Makelaars geven aan dat deze agrariërs stoppen met hun activiteiten in de melkveehouderij, maar bijvoorbeeld jongvee gaan opfokken, zich toeleggen op graasdieren of gewassen gaan verbouwen om inkomsten binnen te krijgen. De opstallen worden hierdoor toch gebruikt, hoewel een deel soms ongebruikt leeg blijft staan. Vaak kiezen deze boeren er wel voor om de grond te verkopen of eventueel te verhuren of te verpachten. Op deze manier wordt vrijkomende agrarisch vastgoed (al dan niet tijdelijk) functioneel gebruikt .
Een andere trend die makelaars constateren als gevolg van de moeizame verkoopbaarheid van de opstallen is dat er ook een groep 'volhouders' is. Zij willen eigenlijk stoppen, maar blijven toch op het erf wonen en blijven, eventueel op een lager pitje, doorgaan met melken. Deze groep melkveehouders kan zich dit uiteraard alleen veroorloven als er geen financiële druk is om het bedrijf te verkopen.

Tot slot laat de melkquotumprijs een sterk dalende trend zien. Onlangs is de melkquotumprijs gedaald van gemiddeld Euro11,35 naar Euro10,15 per kg vet, zie onderstaande tabellen. De van jaar op jaardalende prijs hangt samen met het naderende einde - in 2015 - van de melkquotering.

Figuur 5: Recente melkquotumprijzen per kg vet (t/m week 44 van 2012)

Tabel 1: Melkquotumprijs per kg vet 2000 - 2012
Links:
Organisatie info:
												NVM
											 
												
											 
	                                			Een volledig persbericht kunt u vinden op www.nvm.nl Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roeland Kimman, communicatie, media en woordvoering. Telefoon 030 6085 185, mobiel 06 - 21 266 993 E mail: kimman@nvm.nl