Amsterdamse marktmeester ontslagen omdat hij steekpenningen aannam
Amsterdamse marktmeester ontslagen omdat hij steekpenningen aannam
dinsdag 20-11-2012 14:00
Dit is een origineel bericht van Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep beslist in zijn uitspraak van 19 november 2012 dat een marktmeester van de gemeente Amsterdam in november 2010 terecht voor straf is ontslagen omdat hij in zijn functie als marktmeester steekpenningen aannam.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

In zijn uitspraak van 19 november 2012 beslist de Centrale Raad van Beroep - evenals de rechtbank Amsterdam eerder deed - dat een marktmeester bij het stadsdeel Centrum van de gemeente Amsterdam terecht is ontslagen. Die marktmeester liet marktkooplieden betalen voor een goede standplaats op de markt of andere gunsten. De Centrale Raad van Beroep vindt dat de marktmeester door het aannemen van die steekpenningen zich schuldig heeft gemaakt aan zeer ernstig plichtsverzuim. De straf van ontslag past ook bij dat plichtsverzuim.

De politie Amsterdam-Amstelland is eind 2009 een onderzoek gestart naar zeven Amsterdamse marktmeesters. Die marktmeesters werden verdacht van het aannemen van steekpenningen van marktkooplieden. Op grond van dat politieonderzoek en advies van het Bureau Integriteit van de gemeente Amsterdam is deze marktmeester in november 2010 voor straf ontslagen. De gemeente Amsterdam ontsloeg de marktmeester, omdat hij steekpenningen had aangenomen. Dit bleek uit observaties die de politie uitvoerde en uit verklaringen die marktkooplieden en andere marktmeesters aflegden tijdens het strafrechtelijke onderzoek. Ook in beslag genomen enveloppen met geld wezen op het aannemen van steekpenningen.

De marktmeester ontkent het ontvangen van steekpenningen. Hij stelt ook dat de verklaringen van vier marktkooplieden onbetrouwbaar zijn, omdat die uit rancune zijn afgelegd.
De Centrale Raad van Beroep vindt echter dat het aannemen van steekpenningen door de marktmeester voldoende vast staat. De Centrale Raad van Beroep wijst er daarbij op dat de politie bij observaties op het Waterlooplein zag dat de marktmeester bij het scannen van de pasjes contant geld aannam van marktkooplieden. Dit terwijl een standplaats sinds enige jaren uitsluitend met een pasje kan worden betaald.
Ook verklaarden vier marktkooplieden dat zij aan de marktmeester extra geld betaalden. In ruil voor die betaling kregen zij dan bijvoorbeeld een (goede) standplaats op de markt of een parkeerplaats.
Dat de marktmeester met sommige marktkooplieden wel eens een meningsverschil had betekent volgens de Centrale Raad van Beroep niet dat hun verklaringen niet geloofwaardig zijn. De verklaringen worden namelijk ook bevestigd door andere gegevens uit het onderzoek.
De politie vond bij het doorzoeken van het kantoor van de marktmeesters ook enveloppen met contant geld. Vijf collega's van de marktmeester verklaarden dat de envelop met de code "lotto zat" de dagopbrengst bevatte van de op zaterdag opgehaalde steekpenningen.
Dit plichtsverzuim van de marktmeester rechtvaardigt volgens de Centrale Raad van Beroep de oplegging van de zwaarste straf van ontslag.

De Centrale Raad van Beroep vindt - anders dan de marktmeester - dat de gemeente zelf mag vaststellen of er sprake is van het aannemen van steekpenningen en daarom van ernstig plichtsverzuim. De gemeente mag daarbij ook gebruik maken van gegevens uit het onderzoek in de lopende strafzaak. Voor haar eigen oordeel over de gepleegde feiten hoeft de gemeente de beslissing in de strafzaak dan ook niet af te wachten.

Het oordeel van de Centrale Raad van Beroep is een eindoordeel. Partijen kunnen tegen deze uitspraak geen hoger beroep instellen.

Utrecht, 20 november 2012
Links:
Organisatie info:
												Centrale Raad van Beroep